Verdrietig vakbondslid in de sandwich (nog) zonder beleg.

Ik heb lang getwijfeld of ik deze column zou schrijven. Er is al veel gezegd en geschreven over de interne perikelen binnen mijn vakbond FNV en wat voegen mijn woorden dan nog toe? Ik heb besloten dit toch te doen omdat ik de rol en positie van de vakbond van groot belang vind en ook vragen krijg over hoe ik daar tegenaan kijk. Daarbij wil ik graag de discussie over de toegevoegde waarde van de bond voeren: het beleg van de sandwich dat er  – wat mij betreft – nu onvoldoende is.

Solidariteit

Ik ben 40 jaar vakbondslid van de FNV. Niet dat ik voor mezelf ooit van enige dienst gebruik heb gemaakt, maar ben lid uit solidariteit en ter bewaking van de checks and balances binnen de Nederlandse samenleving. Zonder de rol en positie van bonden zouden veel mensen veel slechter af zijn, zo luidt mijn stellige overtuiging. Helaas zijn daar steeds minder mensen van overtuigd c.q. willen daar de vakbondscontributie voor betalen. Nog maar 17% van de ex-werknemers is aangesloten bij een bond. Die verminderende bereidheid om zich bij een bond aan te sluiten legt wat mij betreft een grotere claim op het vertonen van voorbeeldgedrag
Afgelopen februari zouden er voor een nieuwe voorzitter en een nieuw FNV bestuur verkiezingen plaatsvinden. Door interne onrust zijn deze verkiezingen uitgesteld naar een later moment. Omdat de bestuurstermijn van het algemeen bestuur begin maart is verlopen, heeft de Raad van Toezicht van de FNV voor de tussenliggende periode een interim bestuur aangesteld, met het herstellen van de interne rust als belangrijkste opdracht. En… dat is nodig!

Onderste boterham

Als je zaken op de werkvloer wilt aankaarten, dan dien je wat mij betreft het goede voorbeeld te geven. Als ik de ruime berichtgeving moet geloven, dan is dat binnen mijn FNV zeker niet het geval. Intriges, laster, vriendjespolitiek, verdachtmakingen en conflicten zijn in de afgelopen periode veelvuldig en in alle gradaties tussen meerdere personen en geledingen voorgekomen. Een wespennest dus.  Er is een onderzoekscommissie ingesteld om te bekijken hoe de bond daarmee om dient te gaan en wat de rol en positie van iedere geleding (personeel, ledenraad) is om daar een bijdrage aan te leveren. Dat onderzoek gaat nu juist over die zaken die je als bond zelf bij andere bedrijven aankaart omdat ze ontoelaatbaar zijn,  Ook dit rapport wordt echter globaal, in algemene zin en als samenvatting gedeeld met het ledenparlement, zo heb ik begrepen. Mijn vraag daarbij is hoe transparant dat is en of er concrete verbeteracties uit voortkomen. Verwordt de uitkomst niet tot dat linkse priemende vingertje naar anderen, maar zelf geen voorbeeldgedrag vertonen? Zo bekeken vraag ik af of ik nog wel vertegenwoordiger van die club wil zijn. Dit is de onderste boterham van de sandwich.

Bovenste boterham

Aan de andere kant: het ledenparlement is verkozen met leden die er wat van willen maken. Daarbij zijn er een groot aantal nieuwe leden (70%) verkozen. Vernieuwing én een beetje verjonging dus! En de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik me niet kandidaat heb gesteld. Daarbij sluit ik me aan bij de woorden van Henk de Jong de nieuwe interim-voorzitter die stelt: “De samenleving heeft, zeker nu, een sterke vakbond nodig, die keihard opkomt voor de achterban en die mensen verenigt. Daarvoor is het noodzakelijk dat de FNV zich richt op de vraag wat er in de buitenwereld nodig is. Het hoort bij een vakbond om daarover stevige discussies te voeren, ook intern. We zullen hier gezamenlijk sterker uitkomen. Dan kunnen we weer verder bouwen aan ons gezamenlijk doel: een sterke vakbond die opkomst voor de belangen van alle leden’

Het beleg van de sandwich,

Mijn FNV  kan zich wat mij betreft niet permitteren om eerst de basis op orde te krijgen, dus niet alleen naar binnen gericht! Dat moet zeker gebeuren maar tegelijkertijd moet de bond  vol aan de bak met de uitdagingen die er zijn. Misschien is dat wat minder moreel (want zelf ook slechte voorbeeld gegeven), maar meer pragmatisch (zo zou het kunnen). Een sterke vakbond is relevanter dan ooit.
Terwijl ik dit schrijf spelen er meerdere discussies binnen bedrijven en instellingen. Denk aan Tata, Vredestein, maar ook bijvoorbeeld de ontwikkelingen binnen de jeugdzorg en het ravijnjaar bij gemeenten. En wat te denken over de voortslepende pensioendiscussie die vaak door vakbonden wordt gevoerd?
Daarnaast spelen er nog meerdere topics bij ‘mijn’(45) OR-en van bedrijven die ik jaarlijks bedien. Dit varieert van het onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden voor de komende periode, plannen om de medezeggenschapsstructuur aan te passen, concrete naleving van afgesproken regelingen, de rol van de OR bij Risico Inventarisaties en -evaluaties en daarbij behorende Plan van Aanpak, voorgenomen overnames…, teveel om op te noemen.
Bij al deze punten is een goede afstemming tussen bond en medezeggenschap noodzakelijk. Dat houdt in dat zowel medezeggenschap als vakbond(sbestuurders) gefocussed moeten zijn op deze vraagstukken in plaats van intern bondsgedoe.

Echter… opnieuw een kink in de kabel

Het nieuwe interim-bestuur van de FNV zit vanaf 12 mei zonder werk en daardoor mijn vakbond zonder bestuur. Het ledenparlement besloot de termijn van het interim-bestuur niet te verlengen wegens een verschil van mening. Het ledenparlement wil dat er zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen worden gehouden, terwijl het interim bestuur stelt dat dit ten hoogste over een half jaar zou kunnen. Het interim-bestuur probeerde op die manier rust te brengen in afwachting van onafhankelijke onderzoeken. Daarvan is er nu één afgerond (al is de inhoud nog geheim). Acht leden gaan dat onderzoek lezen en rapporteren vervolgens daarover aan het ledenparlement. Dit naar aanleiding van de vraag of de twee voorzitterskandidaten ‘door kunnen met hun kandidaatstelling’. De uitkomsten van het tweede (bredere) onderzoek zullen nog enige tijd op zich laten wachten, zo is de verwachting

Van interim naar tijdelijk

Een ‘tijdelijk bestuur’ gaat echter vanaf 13 mei aan de gang met als enige opdracht om op 11 juli verkiezingen voor een nieuw bestuur te organiseren. De werknemers van de FNV willen echter ook de uitkomst van het tweede onderzoek afwachten om de vraag beantwoord te krijgen of er geen verkiezingen met mogelijk besmette kandidaten zullen worden gehouden. Tot die tijd zou wat hen betreft het interim-bestuur in functie moeten blijven.  Daarbij speelt, omdat het tijdelijk bestuur een zeer beperkte opdracht heeft, dat de FNV totdat er een nieuw bestuur is, niet bestuurlijk vertegenwoordigd is in de diverse overleggen in ‘de polder’.  Het ledenparlement heeft daar geen boodschap aan: op 11 juli sowieso verkiezingen en het interim-bestuur moet wijken!! De grootste bond zet zichzelf maatschappelijk buitenspel vanwege een interne wedstrijd ver plassen. Wat een dieptepunt; als je al niet eens kunt worden wanneer en waarom nieuwe verkiezingen moeten worden georganiseerd. Hoe moet het dan gaan over punten die er werkelijk maatschappelijk toe doen!
Kortom: ik maak, als het mij gegeven is, de 50 jaar als vakbondslid vol. Maar ik wil dan wel beleg op de sandwich.

Wim van Santbrink