Democratische ‘verschoning’
Voor veel ondernemingsraden staan binnenkort verkiezingen voor de deur. In de praktijk valt er echter weinig te kiezen. Te weinig kandidaten, ondoorzichtige wervingspraktijken en soms ronduit illegale geitenpaadjes zorgen ervoor dat van echte democratische verschoning vaak nauwelijks sprake is. Dat is problematisch, niet omdat deze ondernemingsraden per definitie slecht functioneren, maar omdat hun legitimiteit en toegevoegde waarde onder druk komen te staan.
Meer dan ervaring
Er valt namelijk ook iets te zeggen voor continuïteit en specialisatie. Ervaren OR-leden kennen de organisatie, de dossiers en de spelregels. Maar medezeggenschap ontleent haar waarde uiteindelijk niet aan ervaring alleen. Die waarde hangt in hoge mate af van de mate waarin een ondernemingsraad daadwerkelijk het representatieve werknemersperspectief kan inbrengen bij beleid- en besluitvorming. En juist democratische verkiezingen zorgen voor de waarborging van de representativiteit.
Stil en onzichtbaar
In veel ondernemingen verlopen OR-verkiezingen stilletjes en vrijwel onzichtbaar. Zittende leden stellen zich opnieuw verkiesbaar en worden zonder tegenkandidaten ‘herkozen’. In andere gevallen — en die zijn helaas niet uitzonderlijk — worden nieuwe OR-leden actief benaderd door de zittende OR of zelfs door de bestuurder, op basis van ‘geschiktheid’ of profiel, zonder dat de werkgemeenschap daarvan op de hoogte is, laat staan daarover een stem kan uitbrengen. Dergelijke continuïteitsmaatregelen kunnen alleen bestaan bij de gratie van onzichtbaarheid. En precies die onzichtbaarheid houdt een zwak en niet representatief medezeggenschapssysteem in stand. Want… een onzichtbare ondernemingsraad is geen representatieve ondernemingsraad. En een niet-representatieve ondernemingsraad voegt echt te weinig toe aan realistisch draagvlak voor de beleid- en besluitvorming.
Representativiteit
De kern van medezeggenschap is dat werknemers via hun vertegenwoordiging invloed kunnen uitoefenen op besluiten die de onderneming raken. Net als in het openbaar bestuur gebruiken we democratische mechanismen om die vertegenwoordiging te legitimeren. Uiteraard garanderen verkiezingen niet automatisch dat verkozen OR-leden ook daadwerkelijk representatief handelen en bekwaam zijn om het OR-werk te doen. Juist daarom is periodieke ‘verschoning’ essentieel: werknemers moeten de mogelijkheid hebben om zittende leden en nieuwe kandidaten te beoordelen op hun vermogen om het werknemersperspectief daadwerkelijk mee te laten wegen in het belang van de onderneming en haar doelstellingen (art. 2 WOR).
Warme oproepen
Daarom twee warme, maar dringende oproepen.
Ten eerste: zet alles op alles om zoveel mogelijk kandidaten te werven voor aankomende OR-verkiezingen. Wees creatief, zichtbaar en — indien nodig — licht opruiend. Democratie vraagt om keuze, en keuze vraagt om kandidaten. En een aantal reservekandidaten is erg handig bij vacatures in de raad.
Ten tweede: als je eenmaal bent verkozen, laat dan ook zien wat je met dat mandaat doet. Etaleer je positie, je adviezen en je zorgen. Geen halfzachte formuleringen als “de OR heeft meegedacht” of “is betrokken geweest bij”. Wees duidelijk over waar de OR voor staat, waar hij zich zorgen over maakt en welke afwegingen hij maakt. Alleen zo kan de werkgemeenschap zien wat er met haar stem gebeurt — en alleen zo kunnen werknemers bij volgende verkiezingen bewust besluiten om hun vertegenwoordigers te belonen of te vervangen.
Zonder zichtbaarheid geen representatie. Zonder representatie geen legitimiteit. En zonder legitimiteit verliest medezeggenschap haar betekenis.
